Het Drie-Cirkelmodel van Tagiuri en Davis
SAMENVATTING
Het Drie-Cirkelmodel van Renato Tagiuri en John A. Davis (1978; 1996) geldt tot op heden als het meest invloedrijke theoretische raamwerk binnen het vakgebied van familiebedrijven. Dit artikel beschrijft de ontstaansgeschiedenis, de theoretische grondslagen, de structuur en de praktische toepassingen van het model. Tevens worden de beperkingen en uitbreidingen van het model besproken op basis van latere wetenschappelijke literatuur. Bijzondere aandacht gaat uit naar het concept van de 'Bivalente Attributen', de zeven intersectiesectoren en de systemische kijk op familiebedrijven die het model introduceert. Het artikel besluit met een reflectie op de relevantie van het model voor hedendaagse familiebedrijven.
Sleutelwoorden: familiebedrijf, Drie-Cirkelmodel, Tagiuri, Davis, systemische benadering, governance, familiedynamiek, eigendomsstructuur
1. Inleiding
Familiebedrijven vormen wereldwijd de meest voorkomende ondernemingsvorm. Zij genereren een substantieel deel van het bruto nationaal product en zijn verantwoordelijk voor een aanzienlijk aandeel van de werkgelegenheid in zowel ontwikkelde als opkomende economieën (Tagiuri & Davis, 1996). Ondanks hun economische betekenis ontbrak het tot het einde van de twintigste eeuw aan een coherent wetenschappelijk kader om de dynamieken binnen deze organisaties te begrijpen.
Het was tegen deze achtergrond dat Renato Tagiuri en John A. Davis aan de Harvard Business School in 1978 begonnen met de ontwikkeling van wat later het Drie-Cirkelmodel zou worden — een raamwerk dat de complexe interacties tussen drie overlappende subsystemen in het familiebedrijf in kaart brengt: de familie, het eigendom en het bedrijf zelf (Davis, 2022; Gersick, Davis, Hampton & Lansberg, 1997).
Het model werd voor het eerst gepubliceerd in de doctoraatstesis van Davis (1982) en bereikte zijn brede academische verspreiding via het invloedrijke artikel 'Bivalent Attributes of the Family Firm' in de Family Business Review (Tagiuri & Davis, 1996). Sindsdien is het uitgegroeid tot wat Davis omschrijft als 'het centrale organiserend raamwerk voor het begrijpen van familiebedrijfssystemen' (Davis, 2022).
Dit artikel beoogt een wetenschappelijk onderbouwde analyse te bieden van het Drie-Cirkelmodel: zijn theoretische grondslagen, zijn structuur, zijn toepassingswaarde en zijn beperkingen — met bijzondere aandacht voor de relevantie ervan voor Belgische en Europese familiebedrijven.
2. Ontstaansgeschiedenis en wetenschappelijke context
2.1 Harvard Business School, 1978
Het Drie-Cirkelmodel is geen product van een systematisch onderzoeksproject, maar van een vruchtbare samenwerking tussen twee academici met complementaire achtergronden. Renato Tagiuri was een ervaren professor in organisatiegedrag aan de Harvard Business School en gaf les in het Owner President Management (OPM) programma — een executive programma dat voornamelijk werd gevolgd door eigenaars van familiebedrijven. John A. Davis was een doctoraatsstudent met een sterke interesse in familiegerelateerde psychologie en bedrijfsorganisaties (Davis, 2022).
Tagiuri nodigde Davis uit als onderzoeksassistent zodat zij samen meer konden leren over familiebedrijven. Gedurende vier en een half jaar voerden zij talloze interviews met eigenaar-managers van familiebedrijven en bevraagden zij honderden executive studenten over uiteenlopende thema's binnen het familiebedrijf. In die periode vergaderden zij vrijwel dagelijks in de lounge van Humphrey House op de Harvard-campus (Davis, 2022).
De eerste versie van het model circuleerde als intern werkdocument aan de Harvard Business School vanaf 1978, en werd formeel gepubliceerd in de doctoraatstesis van Davis in 1982 (Davis, 1982). Het bereikte een breed internationaal publiek na de publicatie van het artikel 'Bivalent Attributes of the Family Firm' in de Family Business Review in 1996 (Tagiuri & Davis, 1996).
2.2 Wetenschappelijke lacune die het model opvulde
Vóór het Drie-Cirkelmodel ontbrak het in de familiebedrjfsliteratuur aan een overkoepelend theoretisch raamwerk. Bestaande organisatietheorieën beschouwden het bedrijf als een op zichzelf staand systeem, zonder rekening te houden met de familiale dimensie. Tegelijk focuste de familiewetenschappelijke literatuur op de gezinsdynamiek, zonder oog voor de economische en eigendomsdimensies.
Het Drie-Cirkelmodel overbrugde deze kloof door te vertrekken vanuit een systemische benadering: een familiebedrijf is niet één systeem, maar een samenstelling van drie onderling verbonden en overlappende subsystemen, elk met hun eigen logica, waarden en belangen (Tagiuri & Davis, 1996; Gersick et al., 1997).
3. Theoretische grondslagen
3.1 Systeemtheorie
Het Drie-Cirkelmodel is expliciet gebaseerd op de algemene systeemtheorie (Von Bertalanffy, 1968). Deze theorie stelt dat complexe entiteiten het best begrepen worden als systemen die bestaan uit onderling afhankelijke subsystemen, waarbij een verandering in één subsysteem onvermijdelijk gevolgen heeft voor de andere.
In het geval van het familiebedrijf impliceert dit dat een crisis in de familie — een echtscheiding, een overlijden, een conflict tussen broers en zussen — altijd gevolgen heeft voor het eigendomssysteem en het bedrijfssysteem, en omgekeerd. Het model maakt deze onderlinge afhankelijkheid zichtbaar en biedt daarmee een diagnostisch instrument voor adviseurs, onderzoekers en familie-eigenaars zelf (Gersick et al., 1997).
3.2 Rollentheorie
Een tweede theoretische grondslag is de rollentheorie, die stelt dat individuen in sociale systemen meerdere rollen tegelijk kunnen vervullen — en dat elk van die rollen specifieke verwachtingen, rechten en verplichtingen met zich meebrengt (Merton, 1957). In familiebedrijven is de complexiteit van rolvervulling bijzonder groot: één persoon kan tegelijk familielid, aandeelhouder én medewerker zijn, waarbij elk van deze rollen een andere logica volgt.
Het Drie-Cirkelmodel brengt deze rolvervulling in kaart door middel van zeven intersectiesectoren, die elk een unieke combinatie van rollen vertegenwoordigen (Tagiuri & Davis, 1996; Cambridge Family Enterprise Group, 2024).
4. Structuur van het model
4.1 De drie cirkels
Het Drie-Cirkelmodel bestaat uit drie overlappende cirkels die de drie fundamentele subsystemen van het familiebedrijf voorstellen:
De familiecirkel omvat alle leden van de familie, ongeacht hun betrokkenheid bij het bedrijf of het eigendom. Het zijn mensen die verbonden zijn door bloedverwantschap of huwelijk, en die een emotionele en relationele band hebben die de zakelijke relaties beïnvloedt.
De eigendomscirkel omvat alle aandeelhouders of vennoten, ongeacht of zij familielid zijn of actief in het bedrijf. Eigendom brengt rechten en verantwoordelijkheden met zich mee die wezenlijk verschillen van de logica van de familie of het management.
De bedrijfscirkel omvat alle medewerkers van de onderneming, inclusief het management, ongeacht of zij aandeelhouder of familielid zijn. De logica van het bedrijf is in essentie meritocratisch: prestatie, competentie en resultaat staan centraal.
4.2 De zeven sectoren
Door de overlapping van de drie cirkels ontstaan zeven unieke sectoren, elk met een eigen combinatie van rollen, belangen en perspectieven. Elk individu dat betrokken is bij het familiebedrijf — op welke manier ook — kan worden gesitueerd in precies één van deze zeven sectoren (Tagiuri & Davis, 1996; Cambridge Family Enterprise Group, 2024):
Deze systematische indeling biedt een krachtig diagnostisch instrument: door te bepalen in welke sector iemand zich bevindt, kunnen adviseurs en familiebedrijven beter begrijpen welke belangen en verwachtingen een bepaalde stakeholder heeft, en hoe potentiële conflicten kunnen worden geïnterpreteerd.
Illustratie: Een dochter die aandeelhouder is maar niet actief in het bedrijf (sector 4) heeft legitiem andere belangen dan haar broer die zowel aandeelhouder als CEO is (sector 7). Het Drie-Cirkelmodel maakt dit verschil zichtbaar en depersonaliseert het conflict.
4.3 De Bivalente Attributen
Naast het model zelf introduceerden Tagiuri en Davis (1996) het concept van de 'Bivalente Attributen' — een centraal begrip in hun analyse van familiebedrijven. Bivalente Attributen zijn kenmerken die inherent zijn aan het familiebedrijf en die tegelijk een bron van sterkte én zwakte kunnen zijn.
Een concreet voorbeeld is de familiale taal en gedeelde geschiedenis: zij versnellen de communicatie en versterken het vertrouwen (voordeel), maar kunnen ook leiden tot exclusie van niet-familiale medewerkers en tot het vermijden van moeilijke gesprekken (nadeel). Een ander voorbeeld is de emotionele betrokkenheid van familieleden: zij zorgt voor loyaliteit en toewijding (voordeel), maar kan ook leiden tot irrationele besluitvorming en het vermengen van persoonlijke en professionele belangen (nadeel).
Tagiuri en Davis (1996) stellen dat het succes of falen van een familiebedrijf in grote mate bepaald wordt door hoe goed deze Bivalente Attributen worden beheerd. Dat slechts 30% van de familiebedrijven de overgang naar de tweede generatie overleeft (Poe, 1980, geciteerd in Tagiuri & Davis, 1996), illustreert de urgentie van dit inzicht.
5. Praktische toepassingen
5.1 Diagnoseinstrument
De meest directe toepassing van het Drie-Cirkelmodel is als diagnoseinstrument. Door in kaart te brengen wie welke sector in het model inneemt, kunnen adviseurs en families een gestructureerd overzicht krijgen van de stakeholders in het systeem en hun respectieve belangen. Dit is bijzonder waardevol bij de voorbereiding van strategische beslissingen, opvolgingstrajecten of conflictbemiddeling.
5.2 Communicatie en conflictpreventie
Het model heeft een depersonaliserende werking. Conflicten in familiebedrijven worden vaak ten onrechte toegeschreven aan persoonlijkheidsverschillen, terwijl zij in realiteit structureel zijn: zij vloeien voort uit de verschillende logica's van de drie subsystemen. Door dit structurele karakter zichtbaar te maken, helpt het model families om conflicten te framen als systemische spanningen in plaats van persoonlijke aanvallen (Davis, 2022).
Davis verwoordt dit als volgt: 'One of the benefits of a systems-oriented approach is that it alleviates some of the blaming that goes on in families' (Cambridge Family Enterprise Group, 2024).
5.3 Opvolgingsplanning
Het Drie-Cirkelmodel vormt de conceptuele ruggengraat van het standaardwerk over opvolgingsplanning in familiebedrijven: 'Generation to Generation: Life Cycles of the Family Business' (Gersick, Davis, Hampton & Lansberg, 1997). In dat boek wordt het model uitgebreid met een temporele dimensie: elk van de drie cirkels doorloopt zijn eigen ontwikkelingsfases, en de interactie tussen die fases bepaalt mee de uitdagingen waarmee een familiebedrijf op een bepaald moment geconfronteerd wordt.
5.4 Governance-ontwerp
Het model biedt ook een structureel kader voor het ontwerp van een gouvernantiearchitectuur. De drie cirkels corresponderen immers met drie aparte besluitvormingsdomeinen: de familievergadering (familiecirkel), de raad van bestuur (eigendomscirkel) en het managementteam (bedrijfscirkel). Een heldere afbakening van deze domeinen is een voorwaarde voor professioneel functionerende familiebedrijven (Gersick et al., 1997).
6. Beperkingen en uitbreidingen van het model
6.1 Beperkingen
Ondanks zijn fundamentele bijdrage aan het vakgebied, heeft het Drie-Cirkelmodel ook beperkingen die in de literatuur worden erkend.
Ten eerste is het model statisch van aard: het biedt een momentopname van de rollenstructuur in een familiebedrijf, maar houdt geen rekening met de dynamische evolutie van die rollen doorheen de tijd. Gersick et al. (1997) hebben getracht deze beperking te ondervangen door het model aan te vullen met een ontwikkelingsas voor elk van de drie subsystemen.
Ten tweede is het model beperkt tot de klassieke bedrijfscontext en houdt het onvoldoende rekening met de bredere familiale vermogensstructuur: vakantiewoningen, filantropische initiatieven, collectieve investeringen en familiefondsen vallen buiten de drie cirkels, terwijl zij in de praktijk een significante invloed uitoefenen op de familiedynamiek (Elgar Encyclopedia of Family Business, 2024).
Ten derde gaat het model uit van drie gescheiden subsystemen, terwijl in de praktijk — zeker in kleinere familiebedrijven — de grenzen tussen die subsystemen bijzonder poreus kunnen zijn. Het model biedt in die gevallen minder analytische scherpte.
6.2 Uitbreidingen
Verschillende academici hebben het model uitgebreid of aangevuld. Gersick et al. (1997) voegden een temporele dimensie toe door elk subsysteem te koppelen aan een ontwikkelingsas. Het Cambridge Family Enterprise Group (2024) introduceerde het concept van de 'Family Enterprise' als uitbreiding op het klassieke Drie-Cirkelmodel, om ook niet-bedrijfsmatige familiale activa te kunnen vatten.
Davis zelf heeft gesuggereerd dat toekomstige ontwikkelingen van het model driedimensionaal van aard zouden kunnen zijn — met drie overlappende sferen in plaats van cirkels — wat nieuwe inzichten zou kunnen opleveren over de intensiteit van de overlap tussen de subsystemen (Davis, geciteerd in Family Business Magazine, 2024).
7. Relevantie voor het Belgische familiebedrijf
Familiebedrijven vormen ook in België de ruggengraat van de economie. Zij vertegenwoordigen een meerderheid van alle ondernemingen en staan in voor een substantieel deel van de werkgelegenheid en de economische activiteit. Tegelijk worden Belgische familiebedrijven geconfronteerd met dezelfde universele uitdagingen als familiebedrijven elders: opvolging, governance, professionaliseringsdruk en de balans tussen familiale cohesie en zakelijke rationaliteit.
Het Drie-Cirkelmodel biedt in dit verband een waardevol diagnostisch en communicatief instrument. Het helpt families om hun eigen systeem te begrijpen, de belangen van verschillende stakeholders te erkennen, en structurele spanningen te benoemen zonder ze te personaliseren. Het model is cultureel neutraal en kan worden toegepast op familiebedrijven ongeacht sector, omvang of generatie.
Bij Infinitus Connect vormt het Drie-Cirkelmodel een van de conceptuele pijlers van onze aanpak. Wij gebruiken het als vertrekpunt voor de analyse van familiedynamieken, eigendomsvraagstukken en bestuurlijke structuren — altijd in dienst van het bouwen van iets blijvends.
8. Conclusie
Het Drie-Cirkelmodel van Tagiuri en Davis is na meer dan veertig jaar nog steeds het dominante paradigma binnen het vakgebied van familiebedrijven. Zijn kracht schuilt in de combinatie van conceptuele eenvoud en analytische diepgang: het model stelt iedereen in staat om de structurele complexiteit van het familiebedrijf in één oogopslag te begrijpen, terwijl het tegelijk voldoende rijkdom biedt voor diepgaande wetenschappelijke en praktische analyse.
Het model heeft de manier waarop academici, adviseurs en families over familiebedrijven denken fundamenteel veranderd. Het heeft het vakgebied een gemeenschappelijke taal gegeven, een analytisch raamwerk en een systemische kijk die verder reikt dan de oppervlakkige perceptie van familiebedrijven als louter emotioneel geladen ondernemingen.
Tegelijk blijft het model evolueren. De uitdagingen van de eenentwintigste eeuw — digitale transformatie, globalisering, veranderende eigendomsstructuren, toenemende complexiteit van familiale vermogensstructuren — vragen om aanvullingen en verfijningen. Maar het fundamentele inzicht van Tagiuri en Davis blijft overeind: een familiebedrijf begrijpen, vereist dat men het als een systeem benadert.
Referenties
Cambridge Family Enterprise Group. (2024). The family business and the family enterprise: Understanding family-owned organizations through the lens of two fundamental frameworks. Cambridge Family Enterprise Group.
Davis, J. A. (1982). The influence of life stages on father-son work relationships in family companies [Doctoraatstesis]. Harvard Business School.
Davis, J. A. (2022). Three-circle model of the family business system.
Davis, J. A. (2022). How three circles changed the way we understand family business.
Davis, J. A. (2019). A tribute to Renato Tagiuri.
Elgar Encyclopedia of Family Business. (2024). Three circle model. Edward Elgar Publishing.
Family Business Magazine. (2024). How three circles changed the way we understand family business.
Gersick, K. E., Davis, J. A., Hampton, M. M., & Lansberg, I. (1997). Generation to generation: Life cycles of the family business. Harvard Business School Press.
Merton, R. K. (1957). The role-set: Problems in sociological theory. The British Journal of Sociology, 8(2), 106–120.
Tagiuri, R., & Davis, J. A. (1982). Bivalent attributes of the family firm [Werkdocument]. Harvard Business School.
Tagiuri, R., & Davis, J. A. (1996). Bivalent attributes of the family firm. Family Business Review, 9(2), 199–208.
Von Bertalanffy, L. (1968). General system theory: Foundations, development, applications. George Braziller.

